Wonen in steen: waarom Fransen zich thuis voelen in hun ‘maisons troglodytes’
Vlak langs de Loire fietste ik ooit langs een rij huizen die uit leken te groeien uit de rotswand achter hen. Eerst dacht ik dat het om oude opslagplaatsen ging, of misschien om grotwoningen die allang verlaten waren. Maar toen ik verder keek, zag ik gordijnen achter de ramen, balkonplanten op kleine richels, een rookpluim uit een zelf getimmerde schoorsteenkap. Hier woonde gewoon iemand. Of nee: hier woonde iemand ongewoon. En precies dat maakt de maisons troglodytes zo bijzonder.
Niet zomaar een grotje
In delen van Frankrijk — vooral in de Loirevallei, Anjou en de Dordogne — zijn er complete dorpen en buurten uitgehouwen in zachte kalksteen of tuf. Geen grottige schuilplaatsen, maar échte huizen: met meerdere kamers, stroom, wifi en soms zelfs een zwembad in een uitgehakte nis. Er zijn B&B’s, ateliers, wijnkelders, herdershutten, vakantiehuizen en gezinswoningen. Sommige sober en verstild, andere verrassend modern ingericht.
En nee, dit is geen rare Franse gewoonte uit een oude tijd die nu alleen nog als toeristische trekpleister bestaat. Er zijn nog steeds gezinnen die kiezen om hier te gaan wonen — niet uit armoede, maar uit overtuiging.
De zachte kracht van tuffeau
De keuze om ‘de rots in te gaan’ heeft iets pragmatisch. De kalksteen (tuffeau) waar veel van deze huizen uit zijn gehouwen, is zacht en licht, en dus makkelijk te bewerken. Ooit werd het gebruikt voor kastelen en kathedralen. De gaten die daarbij ontstonden — leemtes in de rots — bleken een prima plek om een woning van te maken. De muren isoleren haast vanzelf: koel in de zomer, warm in de winter. Dat klinkt als een detail, maar als je ooit een Franse canicule hebt meegemaakt in een modern huis zonder airco, dan weet je hoeveel dat waard is.
Toch is het niet alleen comfort. Er spreekt ook een vorm van nederigheid uit: niet de natuur willen bedwingen, maar jezelf ín de natuur voegen. Geen dakterras met weids uitzicht, maar een raam dat uitkijkt op wat bijna één lijkt met de aarde zelf.
Het verleden is nooit ver weg
Wat misschien nog het meest opvalt, is hoe moeiteloos Fransen het verleden in hun dagelijks leven verweven. Een Nederlands rijtjeshuis wordt zelden gecombineerd met restanten uit de zeventiende eeuw — in Frankrijk stap je soms letterlijk over de geschiedenis heen als je je huis binnenloopt.
In troglodyte-woningen is dat verleden tastbaarder dan ooit. Je woont in wat ooit een schuilplaats, werkplaats of opslagkelder was. Je voelt het in de muren, die soms nog sporen van beitels dragen. In smalle doorgangen die ooit graanschuren waren. Zoals een jonge vrouw me laatst zei, die in zo'n huisje net buiten Saumur woont: “Je huis leeft niet alleen in het nu, maar draagt altijd iets mee van wat het was.”
Terug naar eenvoud – of naar jezelf?
Niet elke troglodyte-woning is romantiek. Het kan er vochtig zijn, donker, en als je niet handig bent met waterafvoer of steenmassa, sta je voor flinke klussen. Toch zie je dat jongeren en alternatievelingen de plek herontdekken als een vorm van slow living.
Sommige bewoners kiezen bewust voor een zelfvoorzienend bestaan, met zonnepanelen op het dak (als er een dak is), een moestuin in de helling en regenwateropvang in de achtertuin. Een soort Frans minimalisme – maar dan niet postmodern, eerder premodern.
En misschien is dat het wel: deze manier van wonen vraagt geen terugkeer naar het verleden, maar het laat zien hoe vooruitgang en traditie niet haaks op elkaar hoeven te staan. Je kunt modern leven in een ruimte die eeuwen geleden is bedacht. Of die misschien niet eens bedacht was, maar simpelweg ontstond.
Wat zegt dit over de Franse ziel?
Misschien dat wonen in een grot letterlijk ingaat tegen ons idee van vooruitgang. Toch is het juist in Frankrijk logisch dat zo’n woonvorm blijft bestaan: een land waar maken, bewaren en bewerken altijd hand in hand gingen. Waar ‘ancien’ geen vies woord is, maar eerder een vorm van schoonheid.
Terwijl wij in Nederland vernieuwing vaak positiever waarderen dan behoud, kunnen Fransen zich juist gesterkt voelen door de continuïteit van iets ouds. Een huis dat niet gebouwd is, maar gevonden. Niet ontworpen, maar uitgehouwen – met geduld, met oog voor de omgeving, en zonder haast.
En wie eenmaal aan het wonen in steen gewend is, wil vaak niet anders meer.
Reacties ()
Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!