Wat 'bref', 'du coup' en 'ben' écht zeggen over hoe Fransen praten
Wie vaker in Frankrijk is — of er woont — hoort ze overal: ‘bref’, ‘du coup’, ‘ben’, ‘voilà’. Woorden die in menig gesprek opduiken zonder veel lading, zo lijkt het. Maar luister iets aandachtiger, en je merkt dat ze méér doen dan gaten opvullen. Ze geven kleur aan het gesprek, maar ook structuur — of juist verwarring. En misschien nog belangrijker: ze verraden iets over hoe Fransen denken, twijfelen, en sociaal met elkaar omgaan.
Tussenstijl en microtwijfels
Laat ik beginnen met ‘ben’. Klinkt als ons ‘eh’, maar het is iets anders. ‘Ben’ komt van het oude ‘eh bien’, en wordt gebruikt aan het begin van een zin wanneer iemand even moet schakelen. Je hoort het vaak in situaties waarin een antwoord sociaal gevoelig ligt:
- "Tu viens ce week-end ?"
- "Ben… je sais pas encore, faut que je voie."
Dat ‘ben’ is geen betekenisvol woord, maar het is wél belangrijk. Het verzacht, het duidt op aarzeling, en het laat ruimte voor nuance. Het voelt menselijker dan een direct ‘nee’. Fransen oefenen niet voor niks in sociale fijnbesnaardheid, en ‘ben’ is daar een exponent van.
De logica van ‘du coup’ — of het gebrek eraan
‘Du coup’ betekent letterlijk ‘dus’, maar in praktijk betekent het vaak helemaal niets. Neem dit gesprek:
- "J'avais oublié mon portefeuille, du coup je suis rentré chez moi."
- "Ah ouais, du coup t'es revenu plus tard ?"
Twee keer ‘du coup’, en geen van beide keren gaat het echt om een logisch gevolg. Sterker nog: sommige jongeren sluiten tegenwoordig élke zin af met ‘du coup’, al is er geen oorzaak-gevolgrelatie te bekennen. Waarom dan toch gebruiken?
Omdat ‘du coup’ gespreksmotorolie is: het helpt om zinnen aan elkaar te koppelen, alsof je het verhaal een logische lijn geeft — ook als die er niet is. En in een cultuur waar men trots is op redeneren en onderbouwen, is het handig om je woorden in dat keurslijf te gieten, zelfs als het maar een schijnlogica is.
Als afsluiting net zo belangrijk is als het begin: ‘bref’
‘Bref’ heeft iets afsnijdends. Het zegt: genoeg gepraat, ik wil naar de kern. Maar ook dat is vaak toneel. Luister maar:
- "Il a quand même insisté plusieurs fois, j'ai hésité, elle m’a dit que c’était pas cool mais bon… bref, j’y suis allée."
De spreker gebruikt ‘bref’ hier niet omdat ze zich wil beperken, maar juist om ruimte te nemen. Na emotionele omwegen is ‘bref’ de sprint naar de clou – een soort verbaal schouderophalen: “Zo is het nou eenmaal gelopen.”
‘Bref’ is ook typisch Frans in die zin: het suggereert helderheid, maar laat veel onuitgesproken. Het lijkt zakelijk, maar impliceert vaak een emotionele laag die de luisteraar zelf moet invullen.
Jongerentaal en veranderend gebruik
Onder jongeren valt op dat deze woorden loskomen van hun oorspronkelijke functie. ‘Du coup’ wordt bijna reflexmatig gebruikt. ‘Bref’ duikt op tussen zinnen zonder echte afsnijding. En ‘ben’ klinkt eerder als stijl dan als betekenisdrager.
Misschien komt dat omdat jongerentaal minder voorzichtig is, minder gericht op beleefdheidsstrategieën — of juist omdat ze nóg soepeler met sociale codes jongleren. Zoals een Parijse student me laatst zei:
- "Tu sais, on dit ‘du coup’ non-stop, mais c’est juste pour remplir, pour pas faire vide. Mais ça veut rien dire."
Wat we eigenlijk horen
Wie denkt dat deze tussenwerpsels overbodig zijn, mist waar ze voor staan: sociale navigatie. Het zijn mini-signalen van beleefdheid, weifeling, indirectheid, betrokkenheid. Fransen houden misschien van debat, maar evengoed van nuance. Niet alles hoeft hardop gezegd.
En dus zijn ‘ben’, ‘du coup’, en ‘bref’ geen slordigheden in de taal, maar juist – in al hun vaagheid – ongelooflijk precies.
Reacties ()
Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!