Brood, vuur en Sint-Blaise: de stille kracht van dorpsrituelen
Wie begin februari weleens in een Frans plattelandsdorpje is beland, zou z’n wenkbrauwen kunnen optrekken bij een optocht van kinderen met een broodje in de hand, of bij een vuurtje dat ‘s avonds brandt midden op het dorpsplein — zonder duidelijke reden. Geen nationale feestdag, geen grote heilige, en toch: muziek, brood, vuur. Dat is la Saint-Blaise. Een vergeten datum voor de meesten, maar in sommige dorpen nog elk jaar een kleine gebeurtenis met diepe wortels.
Wie was Sint-Blaise (en waarom brood)?
Sint-Blaise is een wat onbekende heilige, zelfs voor veel Fransen. In de katholieke traditie was hij bisschop in Armenië en stierf hij rond het jaar 316. Zijn specialiteit? Keelziekten. Volgens de legende redde hij ooit een kind dat stikte in een vissengraat — vandaar dat hij beschermheilige werd voor keelpijn en aanverwante kwaaltjes.
Daar komt het gezegende brood vandaan. In veel dorpen wordt begin februari brood (soms in de vorm van een halve baguette, soms kleine broodjes) gewijd en uitgedeeld. De gelovige bewaarders van de traditie geloven dat wie dit brood eet of thuis bewaart, beschermd is tegen keelpijn en heesheid voor het komende jaar. Bij sommige bakkers liggen ze nog steeds klaar op 3 februari: « pain de la Saint-Blaise ».
Waarom nog steeds?
Je zou verwachten dat zo’n folklore allang is verdwenen in het moderne, grotendeels seculiere Frankrijk. Maar op het platteland zijn tradities taaier dan je denkt. Misschien niet uit overtuiging, maar uit gewoonte, uit liefde voor het ritueel, of gewoon omdat het ‘altijd zo geweest is’.
In een dorpje in de Drôme vertelde een oudere mevrouw me dat ze elk jaar naar de zegening van het brood gaat, ‘niet omdat ik in alles geloof, maar omdat het mooi is’. Haar kleindochter — een tiener met sneakers en bluetooth-oordopjes — zat naast haar en knikte. ‘En het brood is lekker.’
Regionale verschillen en het vuur
Wat opvalt: er is geen uniforme manier om Sint-Blaise te vieren. In sommige dorpen is het een mis met brood, elders een stoet met kinderen. In delen van de Auvergne en de Ardèche wordt de dag afgesloten met een vuur: takken worden verzameld, op straat opgestookt, en net als met Sint-Jan in juni komen mensen er omheen staan, praten, eten, drinken.
Die vuren zijn misschien nog ouder dan het christelijke feest. Sommige historici vermoeden dat het restanten zijn van heidense winterrituelen: licht maken tijdens de donkerste dagen, de overgang naar de lente markeren. Sint-Blaise vulde als het ware een leegte in in de kalender — een katholiek sausje op een oeroud gebruik.
Wat het zegt over Frankrijk
Iets als de viering van Sint-Blaise zegt misschien niet zoveel over de religiositeit van de Fransen, maar des te meer over hun band met plaats en gewoonte. In een land waar religie steeds minder zichtbaar is, blijven sommige tradities rustpunten in het jaar. Zeker op het platteland, waar het ritme toch al langzamer is.
Wat me opvalt: het is vaak niet de kerk die al dit soort vieringen levend houdt, maar een kleine groep dorpsbewoners. Ouders van schoolkinderen, de bakker, een gepensioneerde die elk jaar vrijwillig het vuur aansteekt en de vergunning regelt bij de mairie.
Geen groot geloof. Wel kleine gebaren. En een dorp dat, op z’n eigen manier, zichzelf even opnieuw uitvindt.
Reacties ()
Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!